Jaarcongres 2009: Dood. Geneeskunde en het belang van een filosofische reflectie op het levenseinde.

De dood speelt een vaak onopgemerkte maar belangrijke rol in actuele discussies in de geneeskunde. Het gaat daarbij niet alleen om de zorg rondom het levenseinde, wilsbeschikkingen, of om orgaantransplantatie. De centrale plaats van de dood is gegeven met het voortdurende, en tot mislukken gedoemde, gevecht tegen veroudering, verval en, uiteindelijk, het einde van het leven. Veel geneeskundige discussies over de dood hebben een ethische invalshoek. Daarbij wordt zelden ingegaan op de metafysische, kentheoretische en wijsgerig antropologische problematiek die de dood kenmerkt.

Wat is de dood? Hoe kennen wij haar? Hoe structureert zij als existentieel gegeven het leven? En hoe gaan we in de geneeskunde om met de dood? Deze vragen vormen de achtergrond waartegen we de hoge inzet van de geneeskunde kunnen begrijpen: de nadruk op genezing, levensverlenging, en technologische ontwikkeling; de vraag naar goede zorg voor het levenseinde en omgaan met de angst van patiënten voor de dood, de wil om door te leven of er juist uit te stappen; de noodzaak om je als zorgverlener zelf te verhouden tot de dood; en tenslotte het steeds vaker moeten besluiten over leven en dood.

De antwoorden op de filosofische vragen over de dood – hoe ongrijpbaar en moeilijk te formuleren ze ook zijn – zijn relevant omdat ze het kader vormen waartegen goede zorg beoordeeld wordt. Waaruit bestaat goede zorg met het oog op de dood? De stelling van dit congres is dat geen enkel ethisch debat over medisch handelen goed begrepen kan worden zonder in te gaan op het probleem van de dood. Goede gezondheidszorg vereist inzicht in de dood.

Sprekers: Prof. dr. Wolter Mooi; Prof. dr. Rudi Visker; Prof. dr. Govert den Hartogh; Dr. Ruud Welten; Prof. dr. Else Walravens. Cabaretier Michiel Peereboom.

Congresflyer 2009

Verslag congres, door Marjanne van Zwol, verschenen in het Tijdschrift voor Gezondheidszorg en Ethiek 20(1): 27-29