Jaarcongres 2026: Het Goede Lichaam

Op vrijdag 30 oktober 2026 organiseren wij ons jaarlijkse congres in het Meander Medisch Centrum in Amersfoort. We hopen jullie daar graag te zien!

Inschrijving kan via deze link!


Recent in het nieuws: jonge mannen die peptiden injecteren en hun kaakbeen kneuzen om te voldoen aan een bepaald beeld van mannelijkheid. De verontwaardiging en discussie die hierop volgden, riepen zelf weer controverse op: meten we niet met twee maten? Voor vrouwen is het heel gewoon dat zij te maken krijgen met sociale normen over wat een goed vrouwenlichaam is – normen waar zij zich op zijn minst toe moeten verhouden. Zorgprofessionals vragen zich ondertussen af hoe zij moeten reageren op de (toenemende?) wens het lichaam naar bepaalde normen te optimaliseren. Hoe verhoudt een ‘gezond’ lichaam zich tot een ‘goed’ lichaam? Welke invloed hebben medisch-technologische ontwikkelingen op sociale normen over wat een goed lichaam is? En welke verantwoordelijkheid hebben zorgprofessionals voor problemen die wel met het lichaam, maar niet per se met gezondheid te maken hebben?

De moderne westerse geneeskunde heeft zich lange tijd voornamelijk op het lichaam gericht. Vanuit de filosofie is de geneeskunde er vaak van beschuldigd het lichaam als een kapotte machine te benaderen. Om dergelijk reductionisme te bestrijden zouden zorgprofessionals ook oog moeten hebben voor het niet-lichamelijke, waarbij dan bijvoorbeeld wordt gewezen naar ‘de geest’, iemands sociale omgeving en/of leefstijl.

Maar begrijpt de geneeskunde het lichaam eigenlijk wel zo goed? En wat is dat dan, een ‘goed’ lichaam?


Tijdens dit congres willen we stilstaan bij de complexe betekenis en normativiteit van het lichaam. Je lichaam is belangrijk voor wie je bent, hoe je jezelf ziet, maar ook voor hoe anderen je zien. Ons lichaamsbeeld is onderhevig aan sociale en culturele normen, en die dringen ook de zorg binnen. Omgekeerd oefent de zorg invloed uit op wat als een ‘normaal’ lichaam wordt beschouwd.

In hoeverre heeft het biomedische beeld van de te optimaliseren machine in de samenleving het idee aangewakkerd dat ons lichaam steeds beter moet functioneren? En in hoeverre heeft de gezondheidszorg een eigen normativiteit die wensen om het lichaam te optimaliseren een halt kan toeroepen? Tijdens het congres verkennen we deze vragen vanuit filosofische, ethische, medische en maatschappelijke perspectieven.


Vanaf 10:00 uur        Inloop met koffie en thee

10:30 uur                     Welkom en opening door VFG-voorzitter Marianne Boenink

10:45 uur                     Aldo Houterman: Wij zijn ons lichaam: Lichaamsbeelden in de filosofie, wetenschap en kunst’

11:30 uur                     Annemette Hermans & Marjolein de Boer: ‘Epistemische onrechtvaardigheid in vrouwelijke genitale cosmetische behandelingen’

12:15 uur                     Interactief programma

12:45 uur                     Lunchpauze

13:30 uur                     Irene Groenevelt: ‘Het goede lichaam: Wat maakt een lichaam geloofwaardig?’

14:15 uur                     Bouke van Balen: ‘Wie zien we als het lichaam niet meer spreekt? Hoe brein-computer interfaces relationele persoonlijkheid vormen bij het locked-in-syndroom’

15:00 uur                     Koffiepauze

15:15 uur                     Angelina Kozhevnikova (Animastudio): ‘When Intelligence Happens Between Bodies’

15:35 uur                     Panelgesprek met alle sprekers

16.00 uur                     Afsluiting en borrel

17.00 uur                     Einde

prof. dr. Marjolein de Boer en dr. Anne-Mette Hermans

Marjolein de Boer is hoogleraar Cultuur, Gezondheid en Gender aan de faculteit Cultuurwetenschappen van de Open Universiteit. Vanuit haar achtergrond in de filosofie en kwalitatieve sociologie onderzoekt zij hoe vrouwen betekenis geven aan zichzelf, hun lichaam, en hun leven als zij ziek zijn of gemedicaliseerd worden. Haar onderzoek richt zich onder meer op borstkanker, infertiliteit, ME/CVS, de menopauze, alledaags reproductief activisme en genitaal zelfbeeld. Daarnaast is ze mede-oprichter en coördinator van het internationale onderzoeksnetwerk WOMAHN – Women’s Marginalized Health Network (www.womahn.net). Persoonlijke website: www.marjoleindeboer.net.

Anne-Mette Hermans is universitair docent aan Tranzo, Tilburg University. Als sociaal wetenschapper doet zij interdisciplinair onderzoek naar schoonheidsidealen en schoonheidspraktijken, voornamelijk cosmetische ingrepen. Recentelijk heeft zij projecten uitgevoerd rondom o.a. genitaal zelfbeeld, de ‘gatekeeping’ functie van cosmetisch behandelaren, en de vormgeving van (ideale) lichamen onder basisschoolkinderen. Anne-Mette heeft de Nederlandse Expertisegroep Cosmetische Ingrepen gesticht en geleid en richt zich nu op het internationale Cosmetic Procedures Research Network, waarvan zij mede-oprichter is (Cosmetic Procedures Research Network (CPRN) | Tilburg University). Verder is zij ook aangesloten als key member van het Women’s Marginalized Health Network.

Epistemische onrechtvaardigheid in vrouwelijke genitale cosmetische behandelingen

Het aantal vrouwelijke genitale cosmetische behandelingen (VGCB), zoals labiaplastiek, is de afgelopen jaren sterk toegenomen. Het ethische debat hierover richt zich vooral op aspecten zoals autonomie (‘kan iemand een volledig eigen keuze maken voor een cosmetische behandeling?’), geïnformeerde toestemming en mogelijke schade. In deze presentatie betogen we dat er binnen dit debat een cruciale dimensie onderbelicht blijft: de epistemische omstandigheden waaronder vrouwen hun zorgen over hun genitaliën ontwikkelen, begrijpen en al dan niet bespreekbaar (kunnen) maken.

Op basis van empirisch-ethisch onderzoek, bestaande uit interviews met cosmetisch chirurgen en focusgroepen met vrouwen en (potentiële) patienten, laten we zien hoe stigma, beperkte representaties van genitale diversiteit, en arts-patiënt interacties de betekenis van verzoeken voor VGCB mede vormgeven. Hierbij speelt epistemische onrechtvaardigheid een centrale en complexe rol. Vrouwen beschikken namelijk vaak over beperkte interpretatieve bronnen (concepten, grotere culturele narratieven, etc.) om hun ervaringen en verlangens te begrijpen en onder woorden te brengen, en ze anticiperen in hun interacties met artsen op mogelijke bagatellisering van hun zorgen. Tegelijk laten we zien dat een (impliciete of expliciete) medische bevestiging van de wenselijkheid van een behandeling, en een eenzijdige nadruk op autonomie en keuzevrijheid van vrouwen, epistemische onrechtvaardigheid onbedoeld kunnen bestendigen. Als alternatief introduceren we het concept van ‘epistemisch betrokken zorg’: een klinische praktijk waarin ruimte bestaat voor gezamenlijke reflectie op de epistemische totstandkoming van zorgen, verlangens en medische verzoeken.


Dr. Aldo Houterman

Aldo Houterman is docent en onderzoeker Filosofie van het Lichaam aan de Erasmus Universiteit Rotterdam en lid van de Ethische Commissie van de Vereniging voor Sportgeneeskunde (VSG). Eerder publiceerde hij Wij zijn ons lichaam: wat sport en beweging ons vertellen over menselijk gedrag (Ambo|Anthos) en werkte als docent Medische Ethiek en Filosofie aan het Amsterdam UMC. Dit jaar promoveerde hij op de filosofie van het lichaam, sport en beweging van de Franse wetenschapsfilosoof Michel Serres (1930-2019). Zie voor publicaties: https://pure.eur.nl/en/persons/aldo-houterman/

Wij zijn ons lichaam: Lichaamsbeelden in de filosofie, wetenschap en kunst

Ons lichaam is belangrijker dan ooit, we hebben met z’n allen nog nooit zo veel gesport en we letten nauwkeurig op onze voeding. Tegelijk lijkt ons lichaam steeds minder nodig te zijn: door robotisering en A.I. worden we overbodig in het arbeidsproces. Wat is ons lichaam nog meer dan een programmeerbare machine?  In deze presentatie neemt filosoof Aldo Houterman je met voorbeelden uit de filosofie, wetenschap en kunst mee naar de verschillende betekenissen van het menselijk lichaam. Ook bespreekt hij hoe sommige lichaamsbeelden nog steeds werkzaam zijn in hoe de mens wordt voorgesteld in de geneeskunde


Irene Groenvelt MSc.

Irene Groenevelt is postdoctoraal onderzoeker en doet onderzoek naar hoe ervaringen van gezondheid, ziekte en lichamelijkheid vorm krijgen in klinische en alledaagse praktijken. In haar onderzoek staat de vraag centraal hoe lichamelijke ervaringen waarneembaar, kenbaar en betekenisvol worden in de interactie tussen mensen, technologieën en hun materiële omgeving. In haar proefschrift onderzocht zij vanuit een etnografische en sociaal-materialistische benadering hoe mensen met aanhoudende lichamelijke klachten hun ervaringen zichtbaar en begrijpelijk maken, en hoe deze worden waargenomen en geïnterpreteerd binnen de osteopathie. Haar huidige onderzoek richt zich op de manier waarop mensen, onder wie kinderen, longfunctietesten en medische beeldvorming ervaren, en op de invloed van nieuwe technologieën op de manier waarop het lichaam wordt ervaren en begrepen. Haar werk is geworteld in de medische antropologie, fenomenologie en Science and Technology Studies en maakt gebruik van kwalitatieve onderzoeksmethoden, waaronder etnografie, semigestructureerde interviews en discoursanalyse. Haar onderzoek is gepubliceerd in onder meer Body & Society, Social Science & Medicine en Medical Anthropology.

Het goede lichaam: Wat maakt een lichaam geloofwaardig?

Aanhoudende lichamelijke klachten (ALK) is een containerbegrip voor symptomen die langer dan zes maanden aanhouden, ongeacht de oorzaak. Zulke klachten komen veel voor: de meesten van ons zullen er in de loop van ons leven mee te maken krijgen. Toch zijn ze lastig te behandelen. In de filosofie wordt dit vaak in verband gebracht met het Cartesiaans dualisme, dat in de praktijk kan verwijzen naar de premisse dat het lichamelijke en het mentale epistemologisch gescheiden zijn. Hoewel dit uitgangspunt vaak zinnig is gebleken, lopen behandelaars tegen de grenzen van hun mogelijkheden aan wanneer klachten niet eenduidig te categoriseren zijn.

Empirisch onderzoek laat zien dat patiënten met ALK tegen meerdere problemen aanlopen. De klachten zijn lastig waarneembaar: ze worden niet (duidelijk) zichtbaar in lichamelijk onderzoek en ook niet op scans of in bloedtesten. Ze zijn lastig te vertellen, omdat verhalen over ALK vaak geen duidelijk begin- of eindpunt hebben. En ze zijn lastig te begrijpen, omdat ze niet eenduidig aan een bestaande etiologie kunnen worden gekoppeld. Hierdoor kunnen klachten verdacht worden, met marginalisering en stigma als gevolg.

Deze problemen raken aan ideeën over het goede lichaam. Hoe moet een lichaam zich presenteren om gezien, gehoord en erkend te worden? En wanneer worden lichamelijke ervaringen gehoord en serieus genomen? Vanuit een sociaal-materialistische benadering onderzoek ik in mijn proefschrift hoe ALK in verschillende praktijken vorm krijgen: hoe ze worden verteld en getoond op sociale media, en hoe ze worden gevoeld en geïnterpreteerd binnen de osteopathie. Mijn onderzoek laat zien dat lichamelijke herkenbaarheid niet vanzelfsprekend is, maar mede tot stand komt in praktijken van waarnemen, vertellen en interpreteren. Het geloofwaardige lichaam is daarmee niet alleen een biologisch lichaam, maar ook een normatief lichaam: een lichaam dat zich op een voor de betreffende praktijk herkenbare manier manifesteert.


Bouke van Balen

Bouke van Balen is als postdoctoraal onderzoeker op gebied van Filosofie en Ethiek van Brein-Computer Interfaces verbonden aan het UMC Utrecht. Daar werkt hij binnen de BCI vakgroep (neurologie en neurochirurgie) samen met neurowetenschappers die BCIs ontwikkelen voor mensen met verlamming. In 2016 implanteerden zij al hun eerste patient met LIS. Bouke is bijna gepromoveerd met een proefschrift over de filosofie van Brein-Computer Interfaces vanuit de belichaamde cognitie en fenomenologie. Hij is ook actief als publieksfilosoof. Check zijn LinkedIn voor zijn academische en publieke publicaties.

Wie zien we als het lichaam niet meer spreekt? Hoe brein-computer interfaces relationele persoonlijkheid vormen bij het locked-in-syndroom

Brein-Computer Interfaces (BCI’s) beloven een oplossing te bieden voor de communicatieproblemen van mensen die door verlamming niet in staat zijn te bewegen en te spreken (locked-in-syndroom/toestand; LIS). Het huidige BCI-onderzoek richt zich grotendeels op het verbeteren van de snelheid en nauwkeurigheid van BCI-communicatie, maar dit functionele perspectief doet geen recht aan het existentiële belang en de rijkdom van intermenselijke communicatie. Bovendien berust het idee dat een communicatieprobleem opgelost kan worden door een technologie in het brein te implanteren op een beeld van het lichaam als een kapotte machine die gerepareerd moet worden met medische technologie.

In fenomenologische studies naar de menselijke ervaring wordt communicatie doorgaans beschreven als belichaamd en relationeel, en het lichaam als object en subject tegelijk. We kunnen ons lichaam waarnemen als een object in de ruimte, en tegelijkertijd nemen we de wereld waar vanuit ons lichaam. In deze lezing gebruik ik een fenomenologische perspectief op het lichaam om de ervaring van de communicatieproblemen bij mensen met LIS in kaart te brengen en de potentiële impact van communicatiemiddelen zoals BCI’s te beoordelen. Op basis van fenomenologische interviews over de communicatie-ervaringen van mensen met LIS en hun dagelijkse communicatiepartners, argumenteer ik dat mensen met LIS en hun dagelijkse communicatiepartners niet alleen het risico lopen niet met elkaar te kunnen communiceren, maar dat ze elkaar daardoor mogelijk ook niet als volwaardige personen zien en waarnemen. Omgekeerd zijn de toegang tot en de rijkdom van lichamelijke en technologische communicatie factoren die een ervaring van ‘relationele persoonlijkheid’ mogelijk maken – de mate waarin mensen elkaar als volwaardige personen waarnemen. In plaats van oplossers van communicatieproblemen kunnen we BCI’s beter begrijpen als vormers van hoe mensen met LIS elkaar lichamelijk waarnemen en behandelen als personen.


Angekina Kozhevnikova

Angelina Kozhevnikova is a transdisciplinary artist and researcher, and founder of Animaspace, a studio exploring how humans, machines, and environments co-shape one another. As an artist, she creates relational robots and open-ended encounters where autonomy, agency, and control become porous and distributed between humans and machines. As a researcher, she develops frameworks for joint agency and collaboration between humans and robots. Her work has been exhibited internationally, including at the Venice Biennale and ZKM | Center for Art and Media, and featured by CNN. Angelina has received the Edigma Semibreve Award and was nominated for the Lumen Prize. She is a TEDx and keynote speaker, an advisor on technology development, and a Visiting Researcher at TU Delft.

When Intelligence Happens Between Bodies

Contemporary AI often treats intelligence as something located inside a model. Physical AI gives that model sensors, actuators, and a body, but does embedding a model in a body necessarily produce embodied intelligence? Drawing on distributed cognition and her interactive installation I/Another, artist and researcher Angelina Kozhevnikova (Animaspace) explores how intelligence can emerge across bodies, machines, and environments instead. Her robot Another does not try to recognize or categorize the participant’s intentions. Instead, human and robotic movement form a continuous loop in which both bodies shape what happens next, and intelligence emerges through the rhythm, hesitation, and mutual response of the encounter. Through this talk, she asks whether bodily intelligence and capacity belong to the individual body alone, or whether they are qualities of a relationship.  


Alle VFG-leden en medewerkers van het Meander Medisch Centrum hebben gratis toegang, anders:

  • Reguliere toegang (65 euro);
  • Studenten (50 euro);
  • VFG-leden in spe (€85,- toegang incl. VFG-lidmaatschap en laatste TGE-nummers van 2026)
  • Student-VFG lid in spe (€37,50 toegang congres, incl. VFG lidmaatschap en laatste TGE-nummers van 2026)